Interview: Lectrr
24/09/2009
Steven Degryse is tot ver over de grenzen bekend als de stand-up comedian en cartoonist Lectrr. Hij publiceert/publiceerde in tijdschriften en kranten zoals P-Magazine, Gazet van Antwerpen, Het Belang van Limburg, Algemeen Dagblad (NL),… Onder de uitgeverij Silvester gaf hij onlangs Lars uit, en al eerder vier bundels met de titel Hara Kiwi. In oktober verschijnt de nieuwe bundel Hara Kiwi 5, gelukkig vond hij tussen de bedrijven door tijd voor een interview.
Eerst en vooral proficiat met de vijfde Hara Kiwi bundel. Hoe kom je aan de naam Lectrr?
Alle andere goeie namen waren al gekozen. Over de inhoud kan ik weinig zeggen, behalve dat het geen Bulgaars is.
Als stand-up comedian stond je in Nederlandse zalen waar elke comedian naar verlangt, waarom ben je daarmee gestopt?
Na die rondgang langs grote zalen, twee jaar en tientallen optredens na elkaar, kwam het moment om opnieuw in Vlaanderen te gaan spelen. Mijn materiaal was te Hollands, en ik moest van nul af aan beginnen. Niet alleen nieuw materiaal schrijven, maar ook letterlijk van nul af aan beginnen: mijn eerste twee optredens in Vlaanderen waren op een bak bier in een café met alleen bezopen tooghangers aan de bar die voor de lauwe pils kwamen en niet voor de comedy. Niet dat dat te min is, maar het verschil was confronterend en demotiverend. Bovendien was ik al tijdens de Nederlandse tournees aan het denken geslagen: in een optreden kruipt heel veel tijd en je bereikt er maar een heel beperkt aantal mensen mee. De mensen in de zaal, namelijk.
Een cartoon is sneller gemaakt, en in een goede krant of tijdschrift bereik je er honderdduizenden zo niet miljoenen mensen mee. Dat laatste paste beter in mijn plan voor globale dominantie. Dus de keuze was snel gemaakt.
Iedereen wil cartoons kunnen tekenen, toch zeggen weinig kinderen cartoonist als je vraagt wat ze later willen worden. Wat wou/wil jij worden?
Een kokende archeoloog die strips tekende in zijn vrije tijd. Ik was gek op Indiana Jones, maar tegelijk op strips. Ik las alles wat los en vast zat. Ik groef ook heel onze tuin om in de hoop een Egyptische graftombe te vinden of een Peruviaanse mummie. Gezien het feit dat we in West-Vlaanderen woonden werd dat dus helemaal niks. Ook dat koken heb ik maar opgegeven nadat onze brandverzekering mijn strapatsen niet meer wou dekken. En dus ben ik strips en cartoons beginnen tekenen.
Hoe is de droom om cartoonist te worden ontstaan en hoe ben je begonnen?
Als elfjarige had ik een jaar lang een eigen stripje in een vijftal West-Vlaamse kranten (de Weekbode en Het Brugsch Handelsblad en zo). Dat beviel me enorm. Ik zocht ook contact met Willy Vandersteen (die toen nog leefde) en Merho (die toen ook nog leefde want hij leeft nu ook nog altijd), en keek enorm op naar Willy Linthout (nog altijd trouwens). In het begin leerde ik door hun werk over te tekenen. Na een tijdje nam ik de vrijheid om mijn eigen figuurtjes en avonturen te tekenen (de Avonturen van Elias, bijvoorbeeld. Dat waren nog eens avonturen.).
Als tiener kreeg ik interesse in alles wat het vrouwelijk geslacht betrof. Een verzameling heb ik nooit echt aangelegd, maar mijn goesting om met strips bezig te zijn ebde wel weg bij het zien van zoveel vrouwelijk schoon. Ik onderhield wel mijn stripcollectie, want je wist maar nooit dat die nog van pas kwam. Halverwege mijn puberteit ontdekte ik dat meisjes op artistieke types vielen en toen is m’n carrière als sekssymbool/cartoonist begonnen.
Vandaar ook mijn bijnaam Lekkere Lectrr.
Je bent één van de eerste Vlaamse cartoonisten die handig gebruik maakte van het internet, wat heeft dat jou opgeleverd?
In eerste instantie: publiek. Een trouwe, solide fanbase. Hoewel mijn site verre van goed onderhouden wordt (soms duurt het eonen voor er een nieuwe update komt) dalen de bezoekerscijfers niet (ze stijgen zelfs, krijg dat in uw kop), en blijven ze trouw mijn boekjes kopen. En aldus mijn vele verslavingen in levensonderhoud voorzien.
Plus: internet is viraal. Ge hebt dat niet in de hand. Wildgroei. Soms kom ik mijn werk op de mafste plekken tegen. Soms tot in de vreemdste uithoeken van de wereld. En dan worden die cartoons al eens opgepikt. In Hongarije bijvoorbeeld. Ik weet niet eens in welk land Hongarije ligt.
Hoe slaag je er in om met een rijk oeuvre toch origineel en boeiend te blijven?
Ik probeer een zo open mogelijke geest te hebben, en een spons te zijn voor alle mogelijke invloeden uit mijn omgeving. Ik lees alles dat los en vast zit.
En humor is hard werken, dat is heel belangrijk om te beseffen. Je kan niet zomaar tevreden zijn met een grap. Een grap wordt bedacht, geschreven en herschreven. Geschaafd en bijgeschuurd, tot ie perfect is.
En originaliteit ontstaat ook zo; je vindt pas je eigen stem als je een oeuvre hebt om op terug te vallen. En een oeuvre heb je pas als je gewoon heel veel bij elkaar hebt getekend. Gewoon hard werken dus, zei de West-Vlaming.
Als ik Lars en Hara Kiwi naast elkaar leg voel ik een verschil in humor, heb je daar bewust voor gekozen?
Origineel had ik Hara Kiwi gepitched aan het AD, de krant waarin Lars later zou verschijnen. Ze vonden de humor te hard. Het AD (Algemeen Dagblad) is een gezinskrant, moet U weten. Ze vroegen me of ik iets had dat braver was, ook onnozel, maar minder scherp. Gezien mijn West-Vlaamse roots kon ik de commerçant in mij niet bedwingen, en heb ik hen iets op maat gemaakt. Lars dus. Af en toe schiet Lars nog de richting uit van Hara Kiwi, maar het is braver. Heeft daardoor ook een veel ruimer publiek. Zelf ben ik meer een Hara Kiwi-man. Voor Lars heb ik te vaak grappen bedacht met de handrem op. Maar natuurlijk heeft Lars me ook veel bijgeleerd, en heb ik ook enorm veel over voor dat figuurtje. In een normale omstandigheid zou ik zeggen: het AD (en Gazet van Antwerpen)-avontuur is voorbij, euthanaseren dat figuurtje en ik bedenk wat anders. Maar met Lars heb ik het gevoel dat ie nog wel eens terugkomt.
In welke omstandigheden teken je het liefst?
Een goeie strakke deadline, geen gezaag aan mijn hoofd, bloednuchter en niet uitgeslapen, cola bij de hand (ik ben verslaafd aan cola).
Als het brainstormen achter de rug is, en ik enkel nog hoef te tekenen kan een streepje muziek ook wel werken. Momenteel een lichte voorkeur tijdens het tekenen voor Coil, Beethoven en Hübler & Schwab.
Qua locatie: thuis in mijn werkhol, of op café. In Gent zijn er een aantal cafés waar ik graag vertoef. Omwille van het vrouwelijk schoon natuurlijk, maar ook gewoon om te luistervinken naar wat de mensen te vertellen hebben, of net niet.
Wat zijn volgens jou de ingrediënten voor een geslaagde cartoon?
Een cartoon is goed als ik zelf er geen vinger op kan leggen waarom ie goed is. Als ie me doet lachen. Er zijn geen meetbare parameters die ‘m goed maken. Gelukkig maar.
Anders kon Bill Gates of Steve Jobs of eender welke andere computerkwiet aan zijn programmeurslegertje vragen om een programma te maken die aan de hand van slimme algoritmes een goeie grap moet kunnen maken.
Gelukkig kan dat niet. Het ongrijpbare van een goeie grap, dat is een van de grote mysteriën van het universum. Dat en waarom vrouwen altijd gelijk hebben.
Heb je als full-time cartoonist last van de financiële crisis?
Ik ben laatst nog aan de deur gezet bij een krant waar ik wekelijks een cartoon voor maakte. Iedereen voelt het een beetje, he. Gelukkig komen er genoeg opdrachten van langs alle kanten aanfladderen om de boel goed draaiende te houden. Ondertussen ben ik me voor de zekerheid wel aan het omscholen tot gigolo, want je weet maar nooit hoe lang die crisis duurt en de media is al zo een fragiele sector.
Als er dus dames zijn die van mijn diensten gebruik wensen te maken, surft ne keer naar www.lectrr.be. Ik verkoop ook gedragen slipjes (al dan niet met remspoor).
Welk advies zou je een beginnende cartoonist geven?
Die gigolo-opleiding is heel divers, en er zijn nog plaatsen vrij in die cursus, dus misschien is dat wel wat voor hen?
Tot slot, wat zijn jouw toekomstplannen?
Ik ben stiekem aan het werken aan een designertoy (aan niemand zeggen he), iets met korte animatiefilmpjes, LARS #2 komt eraan, ik zit te broeden op een stripreeks (maar het is nog vroeg), ik zou weer willen schilderen ik ben een uitgeverijtje begonnen dat werk gaat uitgeven van jonge, talentvolle mensen. Binnenkort geef ik in die hoedanigheid “Adventures In Cult City” uit, het debuut van Serge Buyse (bekend van ‘t Hof van Commerce). Maar daarover ter zijner tijd wel meer.
Door Ruben Boidin








Reageer